College buigt zich opnieuw over badmeesterhokje Staalbergven

dinsdag 3 maart 2026

Het college van B&W heeft opnieuw gekeken naar het verzoek van twee inwoners van Oisterwijk om het badmeesterhokje in het Staalbergven aan te wijzen als gemeentelijk monument. De gemeente onderneemt zelf geen actie om het badmeesterhokje te behouden. Het college is wel bereid mee te werken als Natuurmonumenten als eigenaar van de grond het badmeesterhokje wil behouden.

De gemeente onderneemt zelf geen actie

Voor het college zijn er meerdere redenen om het initiatief voor het behoud van het badmeesterhokje niet te omarmen. De voornaamste reden is dat de gemeente Oisterwijk geen eigenaar is van de grond. Daardoor heeft de gemeente geen zeggenschap over het al dan niet behouden van het hokje op de bestaande plek. Bovendien is de gemeente contractueel verplicht om vóór 31 december 2026 alle opstallen af te breken. Ook verkeert het badmeesterhokje in slechte staat en bevat het asbest. Renovatie en langdurige instandhouding van het hokje gaan daardoor gepaard met hoge kosten. 

Begrip voor gevoelens en sentiment

In januari is er een gesprek geweest met de initiatiefnemers. Daarbij heeft het college begrip getoond voor de gevoelens en het sentiment in de Oisterwijkse samenleving ten aanzien van het Staalbergven. Ook is er begrip voor de wens om de herinnering aan ”het Staal” levend te houden. Het volgen van een procedure om het badmeesterhokje aan te wijzen als gemeentelijk monument is volgens het college echter niet de juiste manier om het hokje te behouden.   

Mogelijkheid tot behoud via eigenaar Natuurmonumenten

Het college heeft de initiatiefnemers geadviseerd in overleg te treden met Natuurmonumenten. Als zij als eigenaar van de grond medewerking aan dit initiatief willen verlenen, zal de gemeente het badmeesterhokje laten staan en overdragen aan Natuurmonumenten. Dit onder de voorwaarde dat de gemeente nu en in de toekomst geen verplichting tot onderhoud, instandhouding of verwijdering van het hokje meer heeft.