De raad van de gemeente Oisterwijk,
gelezen het voorstel van het college d.d. 20 januari 2026,
domein/afdeling Concernstaf:
gelet op
Artikel 212 gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording (BBV)
besluit:
- 1.
De Financiële verordening 2026 gemeente Oisterwijk vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Financiële verordening 2023 gemeente Oisterwijk en de nota Waardering en afschrijving 2021.
- 2.
De Financiële verordening 2026 gemeente Oisterwijk op de in de Algemene wet bestuurs-recht voorgeschreven wijze bekend te maken en terug te laten werken tot en met 01 januari 2026.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- •
Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de ge-meentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
- •
Overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen.
- •
Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders over de mate waarin de financiële beheershandelingen voldoen aan relevante wet- en regelgeving.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Programma-indeling
- 1.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
- 2.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma vast:
- a.
- b.
De beleidsindicatoren. Het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 8, derde lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
- 3.
De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen kaders wil stellen en geïnformeerd wil worden.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
- 1.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe in-vesteringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven
- 2.
In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.
- 3.
In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wor-den posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd.
Artikel 4. Kaders begroting
- 1.
Het college biedt de raad jaarlijks een nota aan met het beleid en de financiële ka-ders voor de begroting en meerjarenraming.
- 2.
In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
- 1.
De raad autoriseert baten en lasten per programma bij vaststelling begroting.
- 2.
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige investeringen worden bij de begrotingsbehandeling geautori-seerd.
- 3.
Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de werkelijke lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitga-ven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.
- 4.
Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet het college voor-stellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van ver-plichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
- 1.
Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de re-alisatie van de begroting.
- 2.
De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
- a.
De baten en de lasten per programma
- b.
De beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma
- c.
- 3.
In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen ten opzichte van de begroting vanaf € 50.000 afzonderlijk toegelicht.
Artikel 7. Jaarstukken
- 1.
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voor-stel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
- 2.
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresul-taat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 8. Verantwoordings- en rapportagegrens
- 1.
De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze para-graaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
- 2.
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves.
- 3.
In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of on-duidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
- 4.
Afwijkingen van 2% met een minimum van € 25.000 ten opzichte van een investe-ringskrediet wordt als acceptabel beschouwd.
Artikel 9. Voorwaardencriterium
- 1.
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelin-gen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepa-lingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
- 2.
Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit finan-ciële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 10. Begrotingscriterium
- 1.
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
- 2.
De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.
- 3.
Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het ni-veau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Het gevoteerde kredietbedrag kan in subkredieten verdeeld worden. Een overschrijding van het jaarbudget, passend bin-nen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
- 4.
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt be-schouwd. Afwijkingen worden als acceptabel/ passend binnen het bestaand beleid aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er is sprake van een overschrijding van lasten welke past binnen het be-staande beleid maar wordt veroorzaakt door een feit/gebeurtenis dat zich voordoet op een moment dat er geen begrotingswijziging meer door de raad kan worden vastgesteld.
- b.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
- c.
Budgetoverschrijdingen van lasten die geheel of grotendeels worden gecom-penseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet.
- d.
Onderschrijding van de lasten.
- e.
Overschrijding van de baten;
- f.
Mutaties binnen de grondexploitaties en de algemene reserve grondexploita-tie.
- g.
Als de raad wordt geïnformeerd binnen 2 maanden na afloop van het ver-slagjaar.
- 5.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verant-woordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 11. Misbruik- en oneigenlijk gebruik-criterium
- 1.
Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financi-ele beheershandelingen.
- 2.
Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 12. Waardering en afschrijving vaste activa
- 1.
Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals opgenomen in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verorde-ning.
- 2.
Het college biedt de raad jaarlijks in de begroting een meerjareninvesteringsplan aan, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee ge-paard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
Artikel 13. Voorziening voor oninbare vorderingen
- 1.
Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
- 2.
Voor openstaande vorderingen als gevolg van heffingen en belastingen kan een voorziening gevormd wordt op basis van historisch percentage of ouderdomsanalyse.
Artikel 14. Reserves en voorzieningen
- 1.
Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan.
Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval:
- a.
De vorming en besteding van reserves;
- b.
De vorming en besteding van voorzieningen.
- 2.
Bij een voorstel voor de instelling van een bestemminsreserve voor investerings-voornemen wordt in ieder geval aangegeven:
- a.
Het specifieke doel van de reserve;
- b.
Het bestedingsplan van de reserve;
- c.
De voeding van de reserve;
- d.
De maximale hoogte van de reserve, en
- e.
Artikel 15. Kostprijsberekening
- 1.
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kos-ten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een stelsel van kostentoereke-ning gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voor-zieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
- 2.
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voor-zieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrij-vingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtschel-dingsbeleid betrokken.
- 3.
De overheadkosten rekenen we toe als aandeel van het directe personeel, zoals op-genomen in de begroting.
Artikel 16. Prijzen economische activiteiten
Voor zover de gemeente in concurrentie treedt met marktpartijen handelt de gemeente con-form de wet markt en overheid.
Artikel 17. Vaststelling tarieven
Het college doet jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor lokale heffingen.
Artikel 18. Financieringsfunctie
- 1.
Het college neemt bij het uitzetten en aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:
- a.
Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij financiële instellingen en;
- b.
Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering decentrale overheden.
Hoofdstuk 5. Financieel beheer en organisatie
Artikel 19. Administratie
De administratie ondersteunt bestuur, beheersing en verantwoording.
- a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste acti-va, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;
- c.
het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en in-vesteringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
- d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het ge-meentelijke beleid;
- e.
het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatig-heid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en
- f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 20. Financiële organisatie
Het college draagt in ieder geval zorg voor:
- a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan organisatieonderdelen
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
- c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
- d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bij-behorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
- e.
de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
- g.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
- h.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk ge-bruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van recht-matigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
- i.
het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 21. Interne controle
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de ge-trouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsver-antwoording. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 22. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht
- 1.
De “Financiële verordening 2023 gemeente Oisterwijk”, vastgesteld bij raadsbesluit van 1 februari 2024 en de “Nota Waardering en afschrijving 2021”, vastgesteld bij raadsbe-sluit van 16 december 2021 worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepas-sing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begro-tingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze verordening treedt in werking na plaatsing ervan in het elektronisch gemeenteblad en werkt terug tot en met 01 januari 2026.
- 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening 2026 gemeente Oister-wijk.
Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 12
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut
Activa met economisch nut en verkrijgingsprijs van minder dan € 50.000 worden niet geacti-veerd. Voor investeringen in de openbare ruimte hanteren we een aanschafwaarde vanaf € 100.000. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in:
- a.
Rioleringen: conform beheerplan;
- b.
50 jaar: nieuwbouw woonruimten en schoolgebouwen en maatschappelijk vastgoed;
- c.
50 jaar: nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen;
- d.
15 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke bedrijfsgebouwen;
- e.
25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, en schoolgebouwen;
- f.
25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop kantoren en bedrijfsgebouwen;
- g.
15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;
- h.
15 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
- i.
5 jaar: automatisering software en hardware
- j.
15 jaar: kantoormeubilair en schoolmeubilair;
- k.
- l.
7 jaar: zware transportmiddelen;
- m.
10 jaar: aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen;
- n.
10 jaar: beveiligingsinstallaties en parkeermeters.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut
De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in:
- a.
- b.
- c.
20 jaar: groenvoorzieningen
- d.
50 jaar: wegen, pleinen en rotondes;
- e.
- f.
75 jaar: tunnels, viaducten en overige bruggen;
- g.
25 jaar: openbare verlichting armaturen;
- h.
50 jaar: openbare verlichting masten;
- i.
20 jaar: verkeersregelinstallaties en knipperlichtinstallaties;
- j.
20 jaar: straatmeubilair;